Dirk Huizinga

Scheepvaart in Friesland 1900 - 1950

isbn:
uitgever: In eigen beheer.  
jaartal: 2010
druk:  
 
256 pag., hardcover, vele historische foto's, € 44,94. Paperback zwart/wit € 12,44. Het boek is te bestellen via website www.dirk-advies.com.
www.dirkhuizinga.com 

De zeilvaart wordt afgelost door motorschepen, de beurtvaart die iedere dorp en iedere plaats bevoorraadt, wordt letterlijk ingehaald door de vrachtwagen. Het 'grootscheepsvaarwater' door Friesland naar Groningen is te smal en te ondiep. De sluizen met de 'Friese maat' laten geen grotere schepen toe dan van ruim 31 meter lang. De vrije schippers van de wilde vaart missen de veranderingen in de maatschappij en geraken in een sociaal isolement.

Die ontwikkelingen beschrijf ik in dit boek. Een en ander wordt met veel historisch fotomateriaal geïllustreerd.





recensie

Elly Meijn

Dirk Huizinga heeft het in dit boek over de Scheepvaart in Friesland in de eerste helft van de 20e eeuw. Door de chartervaart rond het IJsselmeer zijn er nog veel voormalige vrachtscheepjes en vissersschepen te bewonderen. Wat was hun oorspronkelijke functie? Door in het verleden te duiken komen ook andere scheepstypen aan de orde, zoals stoombeurtscheepjes, de stoomsleepboten en de motorbeurtschepen die heel belangrijk zijn geweest voor het vervoer van goederen, vee en mensen. Van deze beurtschepen zijn er helaas maar weinig behouden gebleven. De vele boeren hadden vaak ook een eigen schip, de zogenaamde gebruiksboten. Tevens kan de pleziervaart niet onbesproken blijven. Het is dus een boek geworden over de wereld van boten voor werk en plezier. In het eerste hoofdstuk gaat Dirk Huizinga in op het Vervoer van mensen, dieren en goederen over water. Rond 1900 kon iedereen die over een vrachtschip beschikte, als vervoerder aan de slag. De beurtvaart wordt besproken: een geregeld goederenvervoer – op den duur ook het vervoer van mensen - en geldtransport tussen dorpen en steden; de wilde vaart: schippers die zonder vaste bestemming varen en de pleziervaart voor wie zich dat kan permitteren. De schippers moesten zich natuurlijk wel aan de eisen houden die de overheid stelde aan de grootte van de schepen. Maar hoe bewogen deze schepen zich voort? Pas in de eerste helft van de 20e eeuw kwam de scheepsdiesel tot ontwikkeling en de overgang van de zeilende binnenvaart naar de gemotoriseerde kon plaatsvinden. In tekst, maar vooral door middel van foto’s, tekeningen en ansichtkaarten worden de verschillende scheepstypen en hun omstandigheden getoond. De titel van hoofdstuk 2 is Friesland, een agrarische provincie. De scheepvaart in deze regio was sterk verbonden met deze wijze van leven en werken. Rond 1900 werden in Friesland veel boerderijen aan het water gebouwd. Het vervoer van melk(bussen), hooi, mest, paarden, koeien en schapen, machines en bouwmateriaal vond plaats met de schouw of de praam. De boerenscheepvaart was dus vooral praktisch van aard en functioneel. Het vervoer van bulkgoederen zoals turf, aardappelen, bieten, terpaarde (modder) en mest (stront) werd uitgevoerd door de vrije schipper. Ook nu weer heeft Dirk Huizinga over deze onderwerpen veel afbeeldingen gevonden. In het begin van 1900 werd er veel gesproken over de bruikbaarheid van de vaarwegen. In hoofdstuk 3 staat dat de Provinciale Waterstaat de waterwegen in drie klassen indeelde: eersteklas water: grote kanalen; tweedeklas water: smallere vaarwegen en derdeklas water: sloten en vaartjes voor kleinere schepen met een maximale lengte van 14.50 meter. Stavoren en Lemmer voerden meer dan tien jaar een verhitte discussie over de vraag hoe de verbeterde vaarweg (een grootscheepsvaarwater eerste klas) van Holland naar Groningen moest lopen. De pleziervaart of recreatieve watersport begint tussen 1900 en 1950 te groeien (hoofdstuk 4), maar dan zijn het nog vooral de notabelen die het zich kunnen veroorloven. De boeiers Tjet-Rixt en de boeier Friso komen langs varen. Kapper Bulthuis uit Bergum merkte echter op dat de zeiljachten te duur waren voor de gewone man en bedacht een werkwijze waarmee mensen hun eigen boot konden bouwen, de Bulthuismethode. De BM was een feit. In beurtvaart en vrije vaart, hoofdstuk 5, kunt u over enkele belevenissen lezen van de beurtschipper Wiggert Amsterdam die van 1898 tot 1950 tussen Hindeloopen en Sneek voer. Door de economische crisis in de jaren dertig kwam de regering in 1932 met een wetsontwerp om een systeem van evenredige vrachtverdeling voor de binnenscheepvaart in te voeren. De pijn moest eerlijk verdeeld worden. Voor de Friesche Kamer van Koophandel was het echter duidelijk. Het wetsontwerp moest verworpen worden, maar de politiek besliste anders. Hoe moest dan nu verder voor de schippers in de vrije vaart? In die tijd werd er ook al gesproken over schaalvergroting: grotere vaarwegen voor grotere schepen, terwijl er in Friesland veel schippers actief waren op kleinschalige wijze. In de jaren 1900 tot 1950 gebeurde er dus veel in Friesland op scheepvaartgebied en u kunt dit allemaal lezen en zien in dit door Dirk Huizinga zelf uitgegeven boek.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver