Dirk Huizinga

Vreemdelingen op Frieslands wijde wateren

isbn:
uitgever: In eigen beheer.  
jaartal: 2010
druk:  
 
212 pag., hardcover, vele historische foto's, € 37,52. Het boek is te bestellen via website www.dirk-advies.com.  
www.dirkhuizinga.com 

Waarom gaan welgestelde Engelsen vanaf ongeveer 1890 zeilen op de meren van het arme, agrarische Friesland? Zij willen met de boot nog onbekende, vreemde gebieden ontdekken en zien hoe in Friesland eenvoudige mensen leven en werken op een wijze die "dicht bij de natuur" staat.

Ruim dertig jaar later komen de Hollanders ook zeilen in Friesland en van de weeromstuit gaan de Friezen denken dat ze anders zijn dan de anderen. Sommige Friese zeilers willen daarom de grenzen sluiten voor vreemdelingen: "Friese meren voor de Friezen".

Hoe iedereen daar ook weer van genezen is, wordt beschreven in dit boek.



recensie

Elly Meijn

In zijn nieuwe boek schetst Dirk Huizinga de ontwikkeling van de watersport in Friesland van de laatste jaren van de 19e eeuw tot en met het midden van de 20e eeuw en daarbij staat de komst van ‘vreemdelingen’ op het water centraal. Hoe ervaren deze watersporters het Friese landschap, de cultuur, de steden en de mensen die er wonen en werken? En omgekeerd, hoe worden zij ontvangen door de plaatselijke bevolking? In Buitenlandse watersporters in Friesland nemen vijf personen u mee op hun ontdekkingsreizen naar Friesland. De Franse kunsthistoricus M.H. Havard laat zich in 1873 over de toenmalige Zuiderzee vervoeren met een tjalk. De tjalk heeft maar een diepgang van een meter, maar zijn schipper stelt hem gerust: ‘Met een gunstige wind en de hulp van God zullen we het wel fiksen.’ G.C. Davies huurt in 1885 een stoomboot Atalanta en steekt over van Engeland naar Nederland. Hij maakt een tocht door Nederland en Vlaanderen en doet ook Stavoren aan. Voor zijn voorbereiding was het werk van Havard De dode steden van de Zuiderzee erg interessant. Hij maakte ook foto’s en gebruikte daarvoor 6 x 9 cm. glasplaten. Deze foto’s bleken later niet goed gelukt te zijn. De Engelsman H.M. Doughty vaart rond in zijn wherry, een traditioneel Engels, zeilend vrachtschip in dit geval uitgerust als jacht met kajuit. Hij zou later het boek publiceren Friesland Meres (1889). H.F. Tomalin bezoekt twintig jaar later samen met twee vrienden Friesland, maar wel met het boek van Doughty in de hand. Zij laten zich door een zetschipper rondvaren op de gehuurde boeier Marie. Tomalin maakte een reisverslag: Three Vagabonds in Friesland (1907). Arthur Marshall is in het bezit van een 9 x 12 cm. platencamera en legt daarmee de belevenissen vast. Enkele foto’s zijn in dit boek afgedrukt. En dan is er nog een verslag van Hendrik Voordewind die met Franse gasten vanuit Leeuwarden een tocht maakt over de Friese meren met het jacht Bever. Dirk Huizinga heeft deze vijf verhalen door elkaar geweven, maar wel steeds uitgaande van dezelfde plaats die de ‘vreemdelingen’ bezochten. De foto’s die Tomalin beschikbaar stelde, geven een mooie toeristische indruk uit die tijd. In de Eerste tussenstand blijkt dat de meeste buitenlanders zich echt als toeristen hebben gedragen. In die periode vindt er in Friesland van alles plaats op sociaal en economisch gebied, maar dat wordt niet vermeld in hun reisverslagen. Alleen Havard heeft een wetenschappelijke interesse. Maar één ding is duidelijk, alle ‘vreemdelingen’ hebben minstens één keer de Leeuwarder Courant gehaald. In Hollandse watersporters ontdekken Friesland gebruikt Huizinga dezelfde manier. Jan Kleefstra maakt samen met zijn zoon een zwerftocht over het Friese binnenwater. In Zwolle ligt het notarisbootje Meermin klaar. Jan wilde wel eens een paar weekjes echt ‘vrij’ zijn. De Amsterdamse journalist Piet Bakker heeft Friesland nodig om te zeilen. Hij schrijft: ‘Lieve mensen, trek een trui aan, koop een boot en verzeil je vakantie in Friesland. Waarom daar? In Friesland heb je de ruimte!’ Hij kocht samen met zijn vriend L.J. Kleijn een pampusjacht. Zij arriveren in Stavoren, waar de beste stuurlui op de wal stonden en die het onverantwoord vonden dat zij met zo’n notendopje de oversteek naar Stavoren hadden gemaakt. Maar er zijn natuurlijk nog meer Hollanders die zich wagen op de Friese wateren. Zo krijg je een grote schakering aan ervaringen. In de Tweede tussenstand krijgen deze Hollandse watersporters ook weer aandacht in de Leeuwarder Courant. Het boek wordt afgesloten met het hoofdstuk Van Vreemdelingenverkeer naar toerisme. De bezoeker wordt niet langer vreemdeling genoemd, maar toerist en recreant. Het economische leven in Friesland krijgt nu eenmaal een impuls door de watersport. Dirk Huizinga eindigt zijn boek met de woorden: ‘Het thema van dit boek is hiermee geschiedenis geworden. Wij werken en leven immers in een open wereld.’ Ik vind het knap zoals hij alle verhalen aan elkaar heeft geschreven en door de foto’s en ansichtkaarten - die soms wel eens scherper afgedrukt hadden mogen worden – krijg je een prachtig tijdsbeeld.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver