Dirk Huizinga

Tjet Rixt en haar mannen

isbn:
uitgever: In eigen beheer.  
jaartal: 2010
druk:  
 
272 pag., hardcover, geïllustreerd, € 46,70, paperback zwart/wit ca. € 12,80. Het boek is te bestellen via website www.dirk-advies.com.  
www.dirkhuizinga.com 

De restauratie van de uit 1843 stammende boeier Tjet Rixt is in 2007 afgerond.

In 2009 is de boeier geëlektrificeerd, d.w.z. de scheepsdiesel is vervangen door een elektrische aandrijving.

In dit boek beschrijf ik in grote lijnen de geschiedenis van dit opmerkelijke schip. Een geschiedenis die geïllustreerd wordt met vele foto's. Hoewel de geschiedenis van de boeier het startpunt is van het verhaal, wordt het accent regelmatig verlegd naar de geschiedenis van de mannen die met haar hebben gezeild.



recensie

Elly Meijn

De Tjet Rixt, een boeier met een verleden en dankzij de Stichting Vrienden van de Tjet Rixt ook met een heden. Het begint allemaal in 1843. De meest waarschijnlijke bouwer is Eeltje Taedzes Holtrop uit IJlst, grootvader van de later beroemd geworden werfbaas Eeltje Holtrop van der Zee. De eigenaar, een apotheker uit Sneek, noemt zijn nieuwe aanwinst Uitspanning. De grote boeier krijgt daarna verschillende eigenaren en ook de naam verandert elke keer. Totdat de familie Hepkema uit Heerenveen in beeld komt en de Tjet Rixt van 1909 tot 1953 in bezit heeft. Het gaat Dirk in dit boek niet alleen om de boeier maar ook om de opmerkelijke geschiedenis van deze familie. De laatste Hepkema, Jaap, verkoopt het schip aan de Vereniging van Vrienden van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, maar stelt hierbij een eis. De boeier mag niet langer de naam Tjet Rixt dragen. In 1954 besluit de Vereniging het schip om te dopen tot Hilda. In Enkhuizen mag het dienst gaan doen als museumschip. Plannen om de Hilda te restaureren nemen serieuze vormen aan. Het wordt echter een grootonderhoud. Rond 1965 maakt de boeier zijn laatste zeiltocht. Pas in 1994 neemt de eigen restaurateur van het museum, Eric Slagmoolen, scheepstimmerman uit Andijk, de grondige restauratie ter hand. De conservator van het Zuiderzeemuseum, Thedo Fruithof, heeft intussen toestemming gekregen om de naam Tjet Rixt weer te mogen gebruiken. De enorme klus wordt pas in 2007 voltooid. Maar wat blijkt, de ligplaats in Enkhuizen is niet zo gunstig voor de boeier. Er wordt weinig mee gevaren en de zon tast het lak aan. In 2009 verhuist het schip naar Grouw naar een schiphuis. De scheepsdiesel wordt vervangen door een moderne elektrische aandrijving. De al eerder genoemde Vrienden zorgen goed voor de Tjet Rixt. Zij maken er tochten mee. De boeier laat zich tevreden over hen uit. Dirk schrijft dit boek namelijk in de ik-vorm, de boeier als een bezield wezen. In zeven hoofdstukken vertelt ‘Tjet Rixt’ over zijn leerperiode in de 19e eeuw, over zijn legendarische tijd bij de Hepkema’s, over de periode bij de oude Hepkema, over de crisis waarin hij na tien jaar beland, over zijn dagtochten en chartervaart van 1925 tot 1950, over hoe hij afgedankt en opgekocht wordt en als laatste over zijn verjongingskuur en zijn elektrificatie. De schrijver eindigt met negen bijlagen die ongeveer zestig pagina’s bedragen, bijna een apart boekje. Het is een zeer compleet verhaal geworden aangevuld met heel veel foto’s.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver