Ron de Vos

Nederlandse schoeners en brikken

isbn: 978-90-51943-68-9
uitgever: Van Wijnen, Franeker  
jaartal: 2009
druk:  
 
320 pag., full colour geillustreerd en luxueus uitgevoerd, € 69,50.
www.uitgeverijvanwijnen.nl

Het boek Nederlandse Schoeners en Brikken bestaat uit drie delen. Alle hoofdstukken, behalve De ontwikkeling van de schoener en de brik, beginnen met een verhaal of een reisverslag, waarbij verschillende aspecten van het varen op zee wordt besproken. Als basis voor deze reizen is gebruik gemaakt van originele journalen of logboeken die in het bezit zijn van de verschillende maritieme musea. Het eerste deel behandelt de ontwikkeling van het kleine tweemastschip door drie eeuwen heen waarbij het zeventiende-eeuwse speeljacht het boek opent. Wie waren de eerste scheepsbouwers die zich bezighielden met het bouwen van deze schepen en in opdracht van wie deden ze dat? Welke schepen stonden aan de basis van de moderne schoener en brik? Een speciaal hoofdstuk is gewijd aan de snauw, het tweemastschip uit de achttiende eeuw, waar in de Nederlandse maritieme literatuur niets over is geschreven. Archieven en de scheepvaartlijsten hebben uitsluitsel gegeven over de vraag hoe belangrijk het schip als handelsvaartuig is geweest.

Het tweede deel behandelt de vaart in de negentiende eeuw. De enorme groei van de scheepvaart in het midden van de negentiende eeuw zorgde voor een geweldige zeilvloot. Door het afschaffen van nationale beschermingsmaatregelen en de opbloei van de vrije markt ontwikkelde zich een snel schip. Hoe zag die ontwikkeling eruit? In elk hoofdstuk wordt een specifieke vaart behandeld, zoals de vaart naar de West, de vaart naar West-Afrika, de vaart naar de Oost, de Europese vaart, de vaart naar Zuid-Amerika en de vaart op avontuur. Welke reders waren in een bepaalde vaart sterk vertegenwoordigd en welke schepen werden daarvoor gebruikt? Er is, waar mogelijk, ook naar de rentabiliteit van de schepen gekeken op basis van gegevens uit de archieven van rederijen. Niet alleen Amsterdamse, ook Rotterdamse en Groninger scheepsbouwers bouwden schepen specifiek voor een bepaalde vaart. Zo ontwikkelden de Amsterdammers de fruitschoener, het schip dat zo snel mogelijk vers fruit naar de verschillende markten moest vervoeren. De Rotterdamse Gebroeders Visser bouwden in opdracht van reder Van Rijckevorsel schepen voor zijn vaart naar West-Afrika. In de vaart naar de Oostzee wordt vooral aandacht geschonken aan de Groninger scheepvaart en de Groninger schoener.

Het derde deel gaat over de ontwikkeling van de schoener en de brik. Net als in het boek Nederlandse Clippers is er onderzoek gedaan naar de vorm van de schepen. Als eerste is gekeken naar de maten die op de bijlbrieven voorkomen. Daarnaast zijn de historische technische tekeningen, voornamelijk gevonden in de archieven van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam (NSA) en het Maritiem Museum Rotterdam (MMR) digitaal omgezet, waardoor de mogelijkheid ontstond alle schepen met elkaar te vergelijken.

Het boek is, luxueus uitgevoerd, voorzien van een fraaie stoffen omslag met een schilderij van de bekende Nederlandse maritieme kunstenaar Willem Eerland.







Terug naar overzicht boeken van deze schrijver