Graddy Boven

Piet Hein. De held van Matanzas.

isbn: 978-90-59118-34-8
uitgever: Aspekt, Soesterberg  
jaartal: 2016
druk: herdruk van het grootletterboek 'Piet Hein. De held van Matanzas' uit 2010.  
 
144 pag., paperback, € 17,95. De herdruk verschijnt december 2016
www.uitgeverijaspekt.nl

Op 9 september 1628 verovert Piet Hein (1577-1629) een Spaanse zilvervloot onder bevel van Juan de Benavidez y Bazán (1593-1634) in de Cubaanse baai van Matanzas. Hij maakt zich daarmee onsterfelijk en gaat als de man van de zilvervloot de geschiedenisboeken in.

Dat gegeven doet resoluut afbreuk aan zijn rijke carrière als zeeheld. Met de verovering van de zilvervloot lijkt alles in één keer in het niet te vallen. Hein, die in alle bescheidenheid trots is op het feit dat hij van laag naar hoog is opgeklommen, beklaagt zich meerdere keren over de ingrijpende gevolgen die de gebeurtenissen in de baai van Matanzas met zich meebrengen. Piet Hein stelt dat de actie in werkelijkheid niets heeft voorgesteld en ergert zich aan de heldenverering die er rondom hem ontstaat. Hij ervaart het grote succes letterlijk als een loden last.  

Op zeer jonge leeftijd gaat Piet Hein aan de hand van zijn vader Pieter Corneliszoon Hein naar zee. Beide worden tijdens een actie door de Spanjaarden gevangen genomen, waarna zij dienst doen als roeier op de galeien. In 1600 maakt Piet Hein noodgedwongen aan Spaanse zijde de slag bij Nieuwpoort mee, wordt vrijgelaten, raakt in West-Indië verzeild en komt in het Cubaanse Havana in het gevang terecht. Moe van zijn belevenissen in de West trekt hij naar Oost-Indië. In 1623 is Piet Hein weer terug in de West en is betrokken bij de  verovering van São Salvador in Brazilië. In het Caraïbisch gebied maakt hij jacht op Spaanse schepen en bekroond die arbeid uiteindelijk met de verovering van de Spaanse zilvervloot. Er worden vele miljoenen guldens buitgemaakt en Piet Hein krijgt alle eer. Hij wordt rijkelijk beloond, bereikt de rang van luitenant-admiraal en krijgt het bevel over de Staatse vloot. Als luitenant-admiraal voert hij belangrijke hervormingen in de organisatie van de vloot door. Op 18 juni 1629 komt Hein, tijdens schermutselingen met de Duinkerker kapers, enigszins roemloos aan zijn einde, maar krijgt daardoor, in navolging van Jacob van Heemskerck (1567-1607), op staatskosten een grootse begrafenis en wordt op 4 juli 1629 in de Oude Kerk in Delft bijgezet.  

Na Jacob van Heemskerck (1567-1607) en Jochem Swartenhondt (1566-1627) is Piet Hein de derde in de rij van grote Nederlandse zeehelden. Het boek Piet Hein. De held van Matanzas volgt de  roemrijke carrière van een markant zeeschuimer, die zowel in de West als in de Oost actief is geweest. Daarnaast wordt Piet Hein nadrukkelijk als mens beschreven. Een man van eenvoudige komaf, die via omwegen binnen de Nederlandse marine tot de hoogste regionen doordringt. Een zeeheld uit Delfshaven. Zonder opsmuk, wars van etiquette, franje en officiële gelegenheden. Het liefst opererende in betrekkelijke anonimiteit tussen zijn manschappen. Een zeeheld met een grote naam.

recensie

Ron de Vos

Dit boek is een voorbeeld van hoe een historisch onderwerp beschreven dient te worden. De auteur benadert Piet Hein persoonlijk, waardoor het boek iets van een roman krijgt en dat is ook de bedoeling. In zijn inleiding gaat hij dieper in op het genre de historische roman. De inhoud van een historische roman is gebouwd op historische feiten en het optreden van vooraanstaande actoren. Het is een vorm van schrijven die vanaf de Romantiek een grote vlucht heeft genomen. Hij geeft enkele voorbeelden, onder wie Daniël Defoe en Walter Scott. Uit Nederland worden onder andere Jacob van Lennep en Simon Vestdijk aangehaald. Modernere schrijvers die het genre omarmen, zijn Thera Coppens, Thomas Rosenboom en.Athur Japin. In deze romans worden feiten beschreven die in wetenschappelijke werken nooit naar voren komen. Het is vreemd dat deze historische romans in het buitenland hoog gewaardeerd worden terwijl het in Nederland maar heel weinig echte aanhangers kent. In Nederland kijken wetenschappers of zogenaamde wetenschappers neer op deze vorm van historiebeschrijving. De auteurs van de historische roman moeten net als hun wetenschappelijke tegenhangers gedegen bronnenonderzoek verrichten en het is, zo gaat Graddy verder, doorgaans veel moeilijker om een gedegen historische roman te schrijven dan een doorwrocht wetenschappelijk boek. Als verwoed lezer van de joodse literatuur kwam ik de volgende zin bij Amos Oz tegen: Ik keek als kleine jongen met grote bewondering naar mijn buurman Hij schreef echte verzonnen verhalen. Zijn vader deed ondertussen onwaarschijnlijk zijn best om een taalkundig wetenschappelijk werk het licht te laten zien om daarmee aanzien te werven. In de ogen van zijn zoon had dat niets met schrijven te maken. Volgens Graddy moet de schrijver van een historische roman niet alleen zijn feiten toetsen, maar hij dient die feiten ook in een context te plaatsen en dat kan hij alleen doen als hij zich ook een uitgebreid beeld heeft gevormd over de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Na dit inleidende hoofdstuk bespreekt Graddy de boeken die al over Piet Hein zijn geschreven Aansluitend op zijn inleidende hoofdstuk gaat hij dieper in op het boek van Thera Coppens Frederik Hendrik en Amalia van Solms, omdat Piet Hein daarin prominent aanwezig is. In hoofdstuk II vertelt de auteur over de jonge jaren van Piet Hein, waaruit blijkt dat hij alleen voor een leven op zee geschikt is. Hij lijdt schipbreuk en wordt gevangen genomen door Spanjaarden en als galeislaaf op de Lucero geplaatst. Als hij vrij komt, gaat hij in dienst, maar dat bevalt hem niet en hij wordt koopvaardijschipper. De rampen en het overleven zijn de rode draad in zijn bestaan. Na weer een gevangenschap en bevrijding neemt hij dienst - zoals velen uit zijn tijd - op de oorlogsvloot van Van Heemskerck. Hij krijgt het gezag over een van de schepen. Piet Hein trouwt in 1612 en in 1622 zegt hij de zee vaarwel. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en hij neemt dienst bij de WIC. Hij ziet bij die organisatie een toekomst waar ook wat financieel rendement valt te behalen. Het veroveren van de zilvervloot wordt zijn grootste prestatie, waardoor hij eeuwen beroemd zal blijven. Door de beschrijving van Graddy heen voel je dat de heldenstatus van Piet Hein licht geflatteerd is. De verovering van de Spaanse vloot was op zichzelf geen geweldige prestatie. In een Holland waar geld en rijkdom als grootste goed wordt beschouwd, is het logisch dat hij tot op heden ten dage een belangrijk historisch figuur is. Piet Hein vindt zijn einde als zeeheld en admiraal op het dek van de Groene Draeck met naast hem Maarten Tromp. De strijd tegen de Duinkerker kapers is zijn laatste strijd. Nu is Graddy in zijn element. Hij draagt een hoed met pluimen. Zijn degen met zilveren greep hangt aan een zijden bandelier en zijn bruine rok is met een gouden bies afgezet. De kanonnen doen hun werk. Het lawaai is oorverdovend. De schepen schuren krakend tegen elkaar. Kreten weerklinken en de lucht is scherp van de prikkelende kruitdamp. De kapers spannen zich in tot een tegenaanval. Hier en daar weten zij over te springen aan boord van het Hollandse admiraalsschip. Na een half uur vechten wordt de luitenant-admiraal door een kogel van acht pond geraakt. Hij valt neer. In eerste instantie probeert hij zich nog krampachtig aan de verschansing vast te houden. Even kijkt de zeeheld nog naar de wolkenlucht, terwijl zijn bloed over het dek vloeit. Dodelijk getroffen in de schouder vlak bij zijn hart. Zijn hoofd zakt op zijn borst. Hein is dan 51 jaar, 6 maanden en 23 dagen oud. Graddy is erin geslaagd een wezenlijk boek toe te voegen aan de vele boeken die al over Piet Hein zijn verschenen. Het is, zoals al zijn boeken, zeer toegankelijk. Elke schrijver die zichzelf wetenschappelijke pretenties toebedeelt, kan wat van deze auteur leren.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver