Graddy Boven

Zeehelden in beeld. Nederlands trots op zee.

isbn: 978-90-59942-75-2
uitgever: Aprilis Uitgevers, Zaltbommel  
jaartal: 2010
druk:  
 
144 pag., hardcover, geïllustreerd, € 24,95.
www.aprilisuitgevers.nl

In 1908 schrijft Johan Been het boek Paddeltje. De scheepsjongen van Michiel de Ruijter. Het werkwoord 'paddelen' wordt definitief aan het woordenboek toegevoegd. Hij heette eigenlijk Klaas, maar er waren aan boord nog twee matrozen die zo heetten. Toen hij voor zijn eerste zeereis aan boord kwam, had het scheepsvolk hem uitgelachen, omdat hij zo dik was. 'Die is veel te dik om iets te kunnen doen', hadden de matrozen spottend gezegd, en ze hadden hem meteen aan het werk gezet. Ze wilden weleens zien hoe zo'n tonnetjesrond zich wist te redden, aan dek en klimmend in het want.

Maar Klaas ging als een wervelwind aan de gang en iedereen schoot in de lach bij het zien van de manier waarop hij zijn korte, dikke armen en benen bewoog. 'Het lijkt wel of die jongen aan het paddelen is', riep een matroos, die veel op Engelse schepen had gevaren. Sindsdien moest Klaas hierheen en daarheen 'paddelen' en had hij de de bijnaam 'Paddeltje' gekregen. Het zijn de eerste onvergetelijke zinnen uit dit beroemde kinderboek.

In Zeehelden in beeld staan de illustraties van zeehelden centraal. Werk van illustratoren zoals Carel Christiaan Anthony Last, Johan Herman Isings, Charles Rochussen, Johan Coenraad Braakensiek, Tjeerd Bottema, Reint Tonnis de Jonge en Arne Zuidhoek passeert de revue. Willem van der Marck (Lumey), Jacob van Heemskerck, Piet Hein, Maarten Harpertsz. Tromp, Witte de With, Michiel de Ruyter, Cornelis Tromp, Johan Arnold Zoutman, Jan Carel Josephus van Speijk en Karel Doorman worden door hen in vooral kinder-, school- en geschiedenisboeken vastgelegd. Begeleidende teksten van onder andere Pieter Jacob Andriessen, Pieter Louwerse, Jakob Stamperius, Johan Been, Klaas Norel en Jaap ter Haar maken het beeld compleet. Zeehelden krijgen dankzij hen een menselijk gezicht.



recensie

Elly Meijn

Zeehelden in Beeld is een vlot geschreven, prachtig gebonden boek vol met schilderijen, gravures en tekeningen. Een kleurrijk geheel. Graddy Boven heeft ‘bewust gezocht naar een combinatie van illustraties en tekst om de lezer doelgericht te enthousiasmeren en te informeren. Een middel om de geschiedenis dichterbij de mens te brengen.’ Het boek begint met Zeehelden vereeuwigd. Rond 1850 beleeft de historieschilderkunst haar hoogtepunt. Bij de Koninklijke Marine ontstond vanaf 1854 de behoefte om zeehelden op doek vast te leggen. Izaak Schouman kreeg de opdracht en speurde bibliotheken af naar gravures van voorname zeehelden, zoals vader en zoon Tromp, Johan en Cornelis Evertsen en natuurlijk Michiel de Ruyter. Maar er zijn natuurlijk vele anderen die de zeehelden hebben afgebeeld. Graddy stelt zich hierbij een interessante vraag: Hebben de zeehelden er uitgezien zoals zij op de schilderijen en de gravures zijn afgebeeld? U kunt lezen dat daar geen eenduidig antwoord op te geven valt. In Zeehelden voor altijd gaat het over ‘zeehelden als concreet product van de vele oorlogen die Nederland door de eeuwen heen op zee heeft uitgevochten.’ En als zo’n zeeheld tijdens een zeeslag ten onder ging, viel hem eeuwige roem ten deel. ‘Er zijn veel gravures en ingekleurde tekeningen van gewonde of gedode zeehelden, onder wie Jacob van Heemskerck. Of van de graftombes van Maerten Harpertsz. Tromp en Piet Hein. De zeeheld is dood, lang leve de zeeheld!’ Zeehelden in geschrift begint met een onomstotelijk gegeven – volgens Graddy : ‘de kracht van het overbrengen van informatie op derden ligt in het feit dat inspirerend beeld de tekst en het daarbij behorende product verkoopt.’ Het bekendste voorbeeld van de combinatie beeld en tekst is het leesplankje (1894) van M.B. Hoogeveen. Zeehelden, voornamelijk uit de 17e eeuw, komen veel voor in boeken voor de jeugd, maar ook in schoolboeken. Vooral Michiel de Ruyter is een geliefd onderwerp, zoals te merken was tijdens het ‘Michiel de Ruyterjaar’ in 2007. De zeeheld werd geëerd met vele nieuwe boeken. Wat ik zo opvallend vind, zijn de omslagen van de jeugdboeken. Ze zijn stuk voor stuk prachtig. Het grootste hoofdstuk gaat over Zeehelden in beeld. Rond 1850 dacht men dat: de mens door historieschilderijen wordt verheft, het voedt hem op tot deugdzaamheid door hem het goede voorbeeld te tonen en de kunst houdt voor de beschouwer daarvan een zedenles in. De historische kennis moest via het schilderij terugkeren. Veel schilders hielden zich hier mee bezig. De kracht van het beeld is nu eenmaal ‘een onverklaarbaar fenomeen’. Graddy neemt u aan de hand mee door de geschiedenis. Hij vertelt en om het allemaal te verduidelijken toont hij veel schilderijen en schoolplaten. Illustraties ziet hij in het verlengde van de schoolplaten en geïllustreerde schoolboeken en beelden (dia’s) komen hier weer uit voort. Hij vindt ook dat een goede schrijver een goede illustrator verdient en geeft als voorbeeld de schrijver Johan H. Been van onder andere Paddeltje en Johan H. Isings. Er zijn tegenwoordig natuurlijk ook goede illustratoren, onder wie Arne Zuidhoek en Jack Staller (met wie Graddy het boek De Admiraal maakte over Michiel de Ruyter) maar voor hen is het veel moeilijker om een goede boterham te verdienen. De laatste pagina’s zijn voor de tekeningen van Johan Herman Isings. De illustraties gemaakt voor De drie matrozen van Michiel de Ruyter, Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter en Om de schatten van Il Tigretto bevinden zich in het archief van Uitgeverij Kluitman in Alkmaar. Graddy kreeg toestemming van deze uitgeverij om alle illustraties bijeen te brengen. Het boek kent dus vanaf het begin een stroom van schilderijen, illustraties, strips en aanverwante uitingen en laat hiermee zien hoe populair de zeehelden altijd zijn geweest en nog zijn! Zeehelden werken nu eenmaal inspirerend. Graddy Boven kan hierover mee praten. Hij schreef al eerder een boek over Piet Hein en dit jaar verschijnt zijn boek over Maarten Tromp.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver