Graddy Boven

Een, twee, drie in godsnaam. Geloof en bijgeloof op zee.

isbn:
uitgever: Een uitgave van het Marinemuseum, Den Helder.  
jaartal: 1996
druk: Co-schrijver Harry de Bles  
 
18 pag.










Straks kan ook vlootpastor zelf naar museum

artikel in de krant Trouw, Peter de Greef, 17-7-1996

Waarom ontroert een kerkwimpel, een albe en een eenvoudige houten miskoffer van vlootkapelaan H. Alink? Omdat ze hun onmiddellijke, praktische functie hebben verloren. Ze hebben zich als het ware 'losgemaakt' van hun oorspronkelijke betekenis, en dan ben je al snel poëzie. Officiële conservering doet de rest.. Bij 'geloofsartikelen' is de evolutie van gebruiksvoorwerp tot catalogusnummer natuurlijk extra opmerkelijk. Kerken lopen leeg. Maar geloof als onderwerp van een expositie blijkt een goede trekpleister. Het Catherijneconvent in Utrecht ondervond de afgelopen maanden hoe de nostalgische vertedering van ons rijke roomsche verleden nog steeds gedijt. En ook het Marinemuseum in Den Helder heeft geloof ontdekt als publiekstrekker, zo bewijst Eén-twee-drie in Godsnaam - een expositie over ruim twee millennia geloof en bijgeloof van de zeeman.. De tentoonstelling zat al enkele jaren in de koker, erkent museumdirecteur Harry de Bles in het voorwoord van de handzame expositiegids, maar werd iedere keer weer vooruitgeschoven omdat een goed motief ontbrak. Dit jaar werd de 'ideale aanleiding' wel gevonden in het 75-jarige jubileum van de Dienst Geestelijke Verzorging bij de Koninklijke marine.. Zeemonsters. De expositie kent daarom twee gezichten: een zaal vol herinneringen aan het werk van vlootaalmoezeniers, marinepredikanten en zeerabbijnen in Indonesië, Cambodja en Joegoslavië. Fascinerender is de collectie picturalia en realia over het (bij)geloof van de zeeman door de eeuwen heen. Hier vinden we bijvoorbeeld een metershoog marmeren beeld van Neptunus, prenten van zeemeerminnen en -mannen, en pentekeningen van huiveringwekkende zeemonsters.. De aandoenlijkheid van de afbeeldingen zit 'm voor een belangrijk deel in onze wetenschap dat zulke monsters niet bestaan - maar ze ontlenen iets moois aan hun eenvoud: tot voor enkele eeuwen wist elke zeeman precies wat er op zee met hem gebeurde. Uit onweer sprak Gods toorn; in draaikolken huisden monsters die passanten verslonden.. Zeemansgeloof is onlosmakelijk verbonden met de Grieks-mythologische godenwereld waarvan het zeerijk onder heerschappij stond van Neptunus (Poseidon) en zijn gemalin Amphitrite. Aphrodite, de godin van de liefde en schoonheid, was geboren uit de golven. Triton (zoon van Neptunus en Amphitrite), half mens en half vis, inspireerde oude dichters tot de schepping van Tritonen: de bereden garde van Neptunus, die zittend op dolfijnen de zegewagen van de zeegod flankeerde. Sirenen, monsters met het bovenlijf van een maagd en verder gedeeltelijk vogel en vis, completeerden de onderzeese scène. Zij lokten zeelui met hun gezang naar de kust, waar hun schepen te pletter sloegen.. Processie. Ook in de bijbelse vertellingen zoals over Jona en Noach komt de zee naar voren als een door God gestuurde natuurkracht die slechts door Hem bedwongen kon worden. “Geen wonder”, zo schrijft samensteller en conservator W. G. Boven bij de expositie, “dat christelijke zeelieden zich inspanden om vóór, tijdens en na de zeereis God aan te roepen om een behouden vaart af te smeken of Hem daarvoor te danken.” Dit gebeurde (en gebeurt) lokaal bijvoorbeeld in de vorm van een processie (pardon), het toepassen van scheepssier aan boord of een dankdienst achteraf.. Een van de vormen waarin zeelieden hun dankbaarheid uitdrukten voor een geslaagde zeevaart, was het votiefschip. Vooral na 1600 ontstond een gewoonte om scheepsmodellen aan de trekbalken van kerkgebouwen op te hangen. Het votiefschip was een inlossing van een eerder gedane belofte. De introductie van stroomvoortstuwing aan boord maakte aan deze gewoonte goeddeels een einde.. Waarom klampten zeelieden zich door de eeuwen heen vast aan mythologische goden of aan de christelijke God? Het antwoord ligt volgens conservator Boven op het werkterrein van de zeevarende zelf. De zee is onvoorspelbaar, zij kan het ene moment spiegelglad zijn en het andere moment veranderen in een vernietigende, woeste watermassa. Dat alles naar Gods believen. “Een deemoedige houding paste de zeeman”, aldus Boven. “Eerbied voor God en de natuur als onderdeel van zijn schepping paste ook in zijn wereldbeeld, naast de zeemonsters en zeemeerminnen die als symbolen voor goed en kwaad in de vorm van 'zeemansgeloof' zijn samengesmolten geloof en bijgeloof completeerden.” Hoe zwaar ook de storm onderweg, godsvertrouwen zou zelfs de minst fortuinlijke schipbreukeling redding brengen.. Hoe het staat met het bijgeloof van de zeeman van nu blijft op de expositie helaas onbesproken. Welke rituelen bestaan er nog bij de Koninklijke marine? Welke beschermheiligen varen mee op de grote vaart?. Imago. Wel aandacht is er voor de vlootpredikant en -aalmoezenier, een functie die in 1921 vooral om pragmatische redenen is ingesteld. De marineleiding besefte destijds dat zonder garantie van zielzorg ouders hun zonen van dienstname bij de marine af zouden houden. Het imago van een anti-kerkelijke omgeving van de marine werd versterkt door de activiteiten van de socialistische georiënteerde Matrozenbond. Van de zielenherders aan boord werd verder verwacht dat zij de mannen tegen de verlokkingen in de buitenlandse havens zouden beschermen.. Al te grote heilsverwachting van het vlootpastoraat bestaat niet meer. Zeepastors worden onder druk van bezuinigingen steeds vaker weggesaneerd. Het tijdstip waarop de expositie wordt gehouden is dan ook uiterst wrang. Het Marinemuseum lijkt alvast vooruit te willen lopen op de toekomst: maritieme geestelijke verzorgers als mooie museumstukken.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver