Ab Hoving

Het Statenjacht Utrecht

isbn: 978-90-51943-29-0 
uitgever: Van Wijnen, Franeker  
jaartal: 2008
druk:  
 
176 pag., paperback met flappen, € 39,50.
www.uitgeverijvanwijnen.nl

Het Statenjacht Utrecht was in zijn tijd zonder twijfel een van de meest luxueuze schepen die onze wateren bevoeren. Dit boek behandelt de ontstaansgeschiedenis van deze waardige representant van ons kleurrijke maritieme verleden, waarop liefhebbers nog steeds een onvergetelijke vaarervaring kunnen opdoen.

Het doel van het project was mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan werkervaring en uiteindelijk aan een baan te helpen. Het project was niet alleen in sociaal opzicht een succes: heel veel van de medewerkers kwamen inderdaad langs deze weg aan werk. Daarnaast leverde het project ook nieuwe inzichten in het verleden op. En niet in de laatste plaats is ons varend erfgoed verrijkt met een authentiek, schitterend en exploitabel vaartuig.

Bouwmeester Kees Sars was al eerder mede verantwoordelijk voor de Kamper Kogge en het Romeinse schip in Archeon (Alphen aan de Rijn).

Ab Hoving (1947), is hoofd van het restauratieatelier van de Afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum. Tevens is hij als adviseur verbonden aan de herbouw van De Zeven Provinciën op de Batavia-Werf in Lelystad. Hij heeft een groot aantal gezaghebbende publicaties op zijn naam staan over de techniek van de Nederlandse scheepsbouw in de zeventiende en achttiende eeuw.

recensie

Elly Meijn

In Utrecht, meer land- dan watergericht, bestond geen Utrechtse admiraliteit, ook geen vloot en er waren geen kamers van de VOC of WIC gevestigd. Het had echter wel de beschikking over een luxe vaartuig waarmee de Staten van Utrecht naar Den Haag of andere belangrijke plaatsen konden reizen. Het idee van de Rotaryclub Utrecht (1992) om een Statenjacht te bouwen, was volgens Ab Hoving dan ook logisch. De bouw van de Batavia in Lelystad en de wens jonge mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te inspireren gaven de suggestie van de toenmalige gemeentearchivaris een steun in de rug. Alleen zou het geen replica worden van een van de jachten uit Utrecht, maar een kopie van een prachtig scheepstype, waarvan Nederland er honderden heeft gekend. Hans Vandersmissen: Statenleden reisden per Statenjacht, Admiraliteitsleden per Admiraliteitsjacht, verschillende namen voor hetzelfde scheepstype: een weerbare platbodem met luxueuze verblijven, meestal met achter op een rijk versierd paviljoen, het geheel ingericht voor Heeren van Stand. Na vijf jaar van nadenken, plannen, overleggen, lobbyen en onderhandelen, kon dan eindelijk in 1997 de bouw van start gaan met als uitgangspunt tot een zo authentiek mogelijke en historisch verantwoorde reconstructie van een achttiende-eeuws statenjacht te komen met de hulp van Kees Sars als de scheepsbouwmeester en Cees van Soestbergen als de beeldsnijmeester. Er werd gebruik gemaakt van zo goed mogelijk gereconstrueerd bouwplan met een halfmodel van een Admiraliteitsjacht uit Amsterdam als voorbeeld, totdat Ab Hoving in het Maritiem Museum in Rotterdam een compleet bouwplan aantrof van een Statenjacht uit 1746, gebouwd door Pieter van Zwijndregt Pauluszoon. Na overleg besloot de inmiddels opgerichte Stichting Statenjacht Utrecht de bouwplannen op de tekeningen van Van Zwijndregt af te stemmen. De kiel die al op 17 december 1997 gelegd was, gaf daarbij geen problemen. En dan het boek waarin u de bouw van het schip aan de hand van de vele foto´s kunt volgen. In de Inleiding komt Martin Vos aan het woord: ´Het project is vooral geslaagd door een goede subsidieregeling, de goede regeling voor werk en scholing uit Brussel, de goede sponsor op het goede moment, maar vooral door de ploeg mensen die vertrouwen in elkaar had, die er bovenal zin in had en gestaag doorging, ook als het wel eens tegenzat. Aan het schip zelf is te zien wat de leerlingen leerden en met hoeveel liefde en aandacht er is gewerkt.´ In Nederland als kraamkamer voor een nieuw scheepstype neemt Hans Vandersmissen u mee terug in de tijd en Ab Hoving laat u meer weten over de Voorbereidingen voor de bouw. Nu kun je wel een schip bouwen naar een eeuwenoud concept, maar het is nu eenmaal een modern project en daarbij hoort een voorafgaand technisch-wetenschappelijk onderzoek naar mogelijkheden, vaareigenschappen en mogelijke risico´s. Menno Leenstra vertelt over hoe scheepsbouwkundig ingenieur in ruste Theo van Harpen, die helaas plotseling in oktober 2002 overleed, bij het project betrokken was. Kees Sars heeft De bouw van het schip op zich genomen. Volgens hem bestaat een goede reconstructie uit niet minder dan drie fasen: het historisch onderzoek, het bouwen en last but not least het varen met het schip. Het geheel begint met Ruwbouw en gaat zo door tot Binnenkant tot Dek tot Buitenbeplanking tot Breeuwen tot Afwerking tot Galjoen tot Braadspil en tenslotte tot Zwaarden en Roer en dat alles kunt u volgen, zoals al eerder vermeld, aan de hand van de vele foto´s en de daarbij nodige uitleg. En ik kan niet anders zeggen, ik heb wel enorme bewondering gekregen voor de krachten van al die mannen en vrouwen. Wat een prachtige klus!!!! De decoratie van zeventiende- en achttiende-eeuwse statenjachten wordt eerst onder de loep genomen door Katie Heyning, waarna Cees van Soestbergen schrijft over de keuzen die gemaakt zijn en het vele werk dat besteed is aan het beeldsnijwerk. Overdadige decoratie was nu eenmaal kenmerkend voor een Statenjacht. Na het inbouwen van het Interieur (door Kees Sars), na het plaatsen van het Tuig (door Cor Emke) en de Mechanische voortstuwing (door Ton Fransen) vond op 23 mei 2003 de tewaterlating plaats. De Utrecht lag er waardig bij.

Terug naar overzicht boeken van deze schrijver